Ik vind niks zo mooi als een goede deal sluiten. Op de markt, op straat en in internetcafés zie ik afdingen als aangename dagelijkse bezigheid. Het is een leuke manier om een praatje met de verkoper aan te knopen. Maar er zijn grotere uitdagingen dan het alledaagse afdingwerk. Zo liep ik vandaag een toeristenwinkel binnen, waar stond aangegeven dat onderhandelen niet mogelijk is. Nou geldt dat voor de meeste toeristenwinkels en daarom probeer ik die ook te vermijden. Maar ik wilde dit keer graag een kaart van Zanzibar, en aangezien Zanzibari hier de weg wel weten, worden ze alleen in toeristische winkels verkocht. Helaas. Maar natuurlijk draai ik mijn hand niet om voor zo’n bord, en heb ik toch nog 1.000 shilling in mijn zak kunnen houden. Je moet ook niet altijd naar waarschuwende bordjes luisteren.
Laatst ben ik een nog grotere uitdaging aangegaan. Op vliegtuigtickets viel niet te onderhandelen, kwam ik na een bezoek aan vier reisbureautjes achter. Ook op het vliegveld werd exact dezelfde prijs gehanteerd. In dollars. En daar begon het lampje te branden, want ik bezit alleen maar shillings. Bij het wisselkantoor op het vliegveld keek de verkoper mij vreemd aan toen ik zei dat ik het niet eens was met de wisselkoers. Maar uiteindelijk ging hij overstag voor een door mij voorgestelde en natuurlijk voordeligere koers. Hij moest lachen om mijn onderhandelingsdrang en gaf me zelfs een dollar fooi.






